Recensie van ‘Abraham – onze vader’ van Walter Vogels

abrahamEen van de religieuze figuren die sinds eeuwen hun stempel hebben nagelaten is Abraham. Jodendom, christendom en islam doen alle drie een beroep op dezelfde Abraham, die zij ‘onze vader’ noemen. Dan wil dat zeggen dat zij elkaar als zusters erkennen en dus tot dezelfde grote familie behoren. Toch heeft elk haar eigen verhaal op grond van de eigen bron – Bijbel en Koran –  en een eigen interpretatie.

Door: Francien van Overbeeke-Rippen

De levensweg van Abraham neemt de vorm aan van een spirituele pelgrimstocht. In de Bijbel, met name het boek Genesis, is de sleuteltekst, zijn roeping door God, een brug tussen wat voorafging – zijn geboorte en zijn huwelijk met Sara die onvruchtbaar is –  en wat volgt: Gods belofte van een persoonlijke zegening, nakomelingen en een nieuw land voor hen: Kanaän. Maar als er hongersnood uitbreekt trekt Abraham met al zijn bezit verder, naar Egypte. Bang  dat de farao hem zal doden om Sara, een schoonheid, moet zij daar zeggen dat zij zijn zuster is. Hetzelfde herhaalt zich later bij koning Abimelek van de stad Gerar, waar Abraham wil gaan wonen. Maar God komt in  beide voorvallen tussenbeide. Abimelek schrikt en stuurt Abraham en Sara weg met geschenken, waaronder de slavin (of dochter van de koning?) Hagar.

Deze Hagar wordt draagmoeder van Ismaël, als Sara is gaan twijfelen aan Gods belofte en haar slavin aan Abraham heeft gegeven. Maar veertien jaar later wordt toch Sara’s zoon nog geboren, Isaak,  later vader van Jakob uit wie Gods verbondsvolk Israël groeit; bevrijd uit Egypte onder leiding van Mozes kreeg het volk van God geboden en leefregels die later opgetekend zijn in de joodse Tenach/het Oude Testament. Dat volk Israël gaat daarna wonen in het beloofde land Kanaän en vormt later het Jodendom.

Na de geboorte van Isaak wilde Sara af van Ismaël en zijn moeder Hagar. Maar ook voor Ismaël kreeg Abraham van God een belofte van veel nakomelingen. Zijn twaalf zonen staan genoemd in Genesis 25. Deze Ismaëlieten zijn de latere moslims, woonachtig in Arabië, van wie nazaat en profeet Mohammed in de 7e eeuw na Chr. goddelijke openbaringen met leefregels voor zijn volk krijgt, die verzameld zijn in de Koran. Hun godsdienst wordt de Islam.

Uit het Jodendom is het Christendom ontstaan. Jezus van Nazareth, geboren in Bethlehem, was een Jood uit het geslacht van David en door God gezalfd met de Heilige Geest.

De goddelijke boodschap die hij brengt staat in het Nieuwe Testament opgetekend. Met dit evangelie geeft hij een radicale inhoud aan de Tien Geboden waar het op gebaseerd is.

Alle drie geloofsgroepen – joden, christenen en moslims – beroepen zich op vader Abraham.

Ze schrijven over hem, ook in niet-Bijbelse geschriften, betrekken hem in hun kaligrafieën, schilderingen, iconen, mozaïeken en films. Ook deze vormen van kunstuiting zijn in ‘Abraham – onze vader’ opgenomen en maken daarmee het boek waardevoller en completer.

De auteur, hij is Witte Pater van Afrika en emeritus professor Oud Testament aan de Universiteit Saint/Paul van Ottawa, neemt ook literaire en historische kritieken op, maar geeft verder ruim plaats aan pogingen om deze drie monotheïstische geloofsgroepen met elkaar in gesprek te houden, refererend aan de vroegere paus Johannes Paulus II die erkend heeft ‘dat deze drie nakomelingenschappen van Abraham één en dezelfde vader hebben.’

Een helder en overzichtelijk boek.

Francien van Overbeeke-Rippen