Recensie van ‘Flexibel geloven – zingeving voorbij de grenzen van religies’

friedaOp onze website plaatsen en recenseren we af en toe nieuwe boeken die niet gepubliceerd zijn bij/door Stichting Trialoog maar elders zijn gepubliceerd. Vandaag een recensie van het boek ‘Flexibel geloven’ van Manuela Kalsky en Frieda Pruim. Francien van Overbeeke-Rippen schreef deze recensie.

In hun voorwoord geven de auteurs aan, dat er op religieus gebied in korte tijd veel is veranderd. Nederlanders hebben in groten getale afscheid genomen van het geloof ‘van toen’. Ze willen zich niet meer binden aan vaste gemeenschappen en al helemaal niet aan religieuze instituten. Desondanks noemt zestig procent van de bevolking zich ‘gelovig’ – maar dan wel op een eigen manier. Een deel van hen – in dit boek ‘flexibel gelovigen’ genoemd – combineert elementen uit verschillende levensbeschouwelijke tradities met elkaar, een ander deel is in de loop van het leven naar een andere religie overgegaan. Er is geen twijfel mogelijk, zeggen de auteurs: Nederland is in levensbeschouwelijk opzicht pluriform en onoverzichtelijk geworden. Het past niet meer in de geijkte kaders van ‘onze’ manier van denken. En dat geeft vaak onzekerheid. Eén remedie is daarom meer te weten te komen over de beweegredenen voor de hedendaagse levensbeschouwelijke keuzes van mensen. Daartoe hebben ze deskundigen die uit eigen ervaring spreken in beeld gebracht en in interviews hen daarnaar gevraagd. Deze interviews maken deel uit van een onderzoeksproject over multiple religious belonging, dat gedurende vier jaar door het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS) en de Vrije Universiteit (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO) wordt uitgevoerd.

Elf ervaringsdeskundigen zijn door Frieda Pruim geïnterviewd. In de interviews wordt duidelijk dat veel ondervraagden een gemis voelden in de eigen oorspronkelijke kerkelijke omgeving. Vaak overheersten daar de kerkelijke dogma’s die leerden wat je moest doen en laten, en ontbrak de spirituele dimensie hoe je kunt omgaan met alles wat op je pad komt, zoals het boeddhisme leert. Maar met die dimensie erbij – ‘al mijn preken zijn boeddhistisch geïnspireerd’- is een ondervraagde toch in staat in een christelijke gemeenschap voorgangster te zijn. Een ander gaat als oorspronkelijk christen de islam ervaren als ‘een perfecte middenweg tussen jodendom en christendom’. Nog een ander, zoon van een hindoeïstische vader en een katholieke moeder, ervaart de waarde van een gemengde religieuze opvoeding. ‘Beide religies voegen iets aan elkaar toe’. En voor een moslima, nu soefi met boeddhistische, katholieke en joodse invloeden, was het een openbaring dat ze niet hoefde te kiezen, maar dat het een en-en was en zij zelf kon bepalen welke wegen zij koos. Iemand heeft in zijn jeugd een ervaring met het Heilige gehad wat hem niet meer loslaat. Hij verdiept zich in de leer van de islamitische mysticus Ibn Arabi, de joodse kabbala en christelijke mystici als Meister Eckhart. Elke religieuze stroming legt weer andere accenten en gebruikt andere symbolen.

Iemand, van huis uit christen en nu boeddhist, noemt Jezus en Boeddha ‘grote vrienden’. De nadruk op naastenliefde en mededogen is volgens haar de grote overeenkomst tussen beiden. Een ander was oorspronkelijk christen en is nu joods geworden, nadat hij in het boek Het menselijk gelaat van de joodse filosoof Levinas de kern terugvond van het christendom, zonder alle dogma’s over drie-eenheid en erfzonde; dit voelde als een bevrijding.

Nog iemand, van oorsprong christen maar nu hindoe, kreeg steeds meer moeite met de leer van de katholieke kerk. Zijn Hindoestaanse vriend gaf hem op al zijn levensvragen een voor hem logisch antwoord. Het kosmische principe ‘karma’ – alles wat je doet heeft gevolgen, in dit of in een volgend leven – spreekt hem meer aan dan een God die rechter is. Nu houdt hij zich aan de vier basisprincipes van het hindoeïsme: eerlijkheid, mededogen, geven en zelfreflectie. Uit deze vier komen alle goede eigenschappen van een mens voort. ‘Iedere ziel is een vonk van God’ vindt hij een prachtige uitspraak. ‘Je bent je ziel, niet je ego’. En iemand, van huis uit seculier maar nu christen, die altijd al streed voor rechtvaardigheid, heeft zich aangesloten bij de ekklesia van Huub Oosterhuis. Daar voelt ze zich verbonden met waar het om gaat: met dat het leven een bedoeling heeft, met God, en dat je deel uitmaakt van een geloofsgemeenschap.

In haar nabeschouwing plaatst Manuela Kalsky de resultaten in een bredere context van religie in Nederland, vooruitlopend op het onderzoek van de NWO naar meervoudige religieuze bindingen en hoe verschillende religieuze tradities in iemands leven samenvloeien en het verrijken. Religies worden dan reisgidsen die de individuele mens op zijn of haar levensweg begeleiden, ‘collages uit de vele levensbeschouwelijke, spirituele of religieuze bronnen die voorhanden zijn’. Theologisch-dogmatische argumenten blijken voor velen niet (meer) relevant. Alleen wat in spiritueel of gelovig opzicht overeenstemt met het eigen gevoel en verstand wordt als heilzaam erkend en meegenomen. Kalsky concludeert dat we in een veelvoud geloven en naar nieuwe vormen zoeken om met deze levensbeschouwelijke veelkleurigheid om te gaan.

Met de ontdekking dat ook andere religies waarden kunnen hebben die in een behoefte voorzien, kan dit boek een handreiking zijn die iemands geloofsbeleving een nieuwe impuls geeft.

Klik hier voor meer informatie over dit boek.